Het straatgeweld is een politiek instrument geworden, recht uit het Russische handboek ‘Destabiliseren’

Wat Moskou online doet om Europa te verdelen, doet extreemlinks op straat. Bestaande onvrede wordt opgepikt, uitvergroot en teruggespeeld, tot het lijkt alsof alles in brand staat.

Vrijdag 9 oktober, nationale actiedag. Vanuit mijn kantoor in Brussel zie ik een groep jongeren een kat-en-muisspel spelen met de politie. De meesten zijn niet ouder dan dertien, veertien. Ze joelen, huppelen en slaan met vereende krachten bushokjes kort en klein, terwijl hun vrienden alles filmen voor Tiktok. Dan verleggen ze hun aandacht naar onze glazen toegangsdeuren. Zonder enige aanleiding slaan de jongens ze met werfmateriaal aan gruzelementen. Veertienjarige meisjes filmen het lachend. Het is opwindend, het is een spel. Een politiek idee zit er niet achter. Of toch bij hen niet.

Sindsdien herhaalt het tafereel zich elke week, volgens een vast stramien. Het begint vreedzaam, de spanning stijgt, en de dag eindigt met uitgebrande deelauto’s, ingegooide ruiten en gewonde agenten. Dan volgen de reacties: politiegeweld aan de ene kant, harder optreden aan de andere. En steevast klinkt de geruststellende analyse: die casseurs hebben niets met de echte betogers te maken. Dat klopt niet.

De onvrede is echt. Hoger inschrijvingsgeld, besparingen in het onderwijs. De toekomst ziet er voor veel jongeren weinig rooskleurig uit. Dat is een meer dan legitieme reden om week na week de straat op te trekken. Maar de protesten draaien al lang niet meer om die onvrede alleen.

Het idee dat vreedzame betogers en relschoppers twee gescheiden werelden zijn, houdt geen stand. Reportages tonen dat veel jonge deelnemers begrip hebben voor een hardere manier van betogen, inclusief vernielingen. “Op een bepaald moment heb je geen keuze meer als je gehoord wil worden”, vertelde een betoger aan Bruzz.

Het geweld is geen spijtig neveneffect van het protest, het is er de motor van. Net omdat het uit de hand loopt, halen de protesten het nieuws, gaan de beelden viraal en volgt een week later een nieuwe oproep. Maar wie lanceert die wekelijkse oproepen, en wie heeft er baat bij dat het telkens weer ontspoort?

Geweld als methode

De Staatsveiligheid is in haar jaarrapport over 2025 duidelijk: het extreemlinkse milieu werd luidruchtiger en gewelddadiger. Bij de nationale betoging van 14 oktober 2025 in Brussel vormde zich een ‘Black Bloc’ dat op verschillende plaatsen gecoördineerd vandalisme pleegde. Groepen als Secours Rouge proberen brede burgerbewegingen te infiltreren, om gedeelde verontwaardiging om te buigen naar hun revolutionaire doelen. Democratisch overleg wijzen ze af – maatschappelijke problemen los je volgens hen alleen op door het systeem omver te werpen.

Minister Bernard Quintin (MR) bevestigde in de Kamer dat zijn diensten die infiltratie ook bij de recente rellen vaststelden. Doorgewinterde activisten geven jongeren advies over hoe ze zich tegenover de politie moeten gedragen en welke alibi’s ze moeten gebruiken. De relschoppers zelf zijn vaak jong, soms minderjarig. Zij staan vooraan, hen zien we op de Tiktok-video’s en nieuwssites. De organisatoren blijven liever buiten beeld.

In Sint-Gillis, van oudsher een broeihaard van extreemlinkse activiteit, zien we hoe rode organisaties met succes investeren in ledenwerving. De organisatoren van bijeenkomsten zijn meestal oudere marxisten, de bezoekers vaak studenten. Als ik ze na een vergadering op de stoep zie samentroepen, vraag ik me altijd af of die jongeren wel doorhebben in welk spel ze meespelen.

Russisch draaiboek

Is Rusland de regisseur van wat zich in Brussel en Parijs afspeelt? Daar is geen bewijs voor. Maar we weten hoe Moskou werkt: het pikt onvrede in Europese landen op, vergroot die uit en injecteert ze terug in onze sociale media. Boerenprotest, migratie, gender: op alles zet het een verontwaardigde turbo. De Belgische militaire inlichtingendienst stelde vast dat extreme boodschappen over migratie en minderheden gericht werden versterkt. Een Deens onderzoek toonde aan hoe Russische diensten nepbetogers naar Europese manifestaties stuurden, ook in Brussel.

En Moskou zoekt vrienden op beide flanken. Het Rassemblement National (RN) van Marine Le Pen kreeg een Russische lening, en via de website Voice of Europe zouden Europese politici betaald zijn om Kremlinpropaganda te verspreiden. Maar ook radicaal-linkse partijen als Die Linke, Podemos en Syriza stemden in het Europees Parlement opvallend vaak pro Moskou. In 2016 verspreidden de AfD en Die Linke samen hetzelfde verzonnen Russische verhaal over een meisje dat door migranten verkracht zou zijn. Moskou supportert niet voor links óf rechts. Het doel van het Russische regime is onze samenlevingen uiteen te scheuren.

Wat Moskou online doet, doet extreemlinks bij ons op straat. Bestaande onvrede wordt opgepikt, uitvergroot en teruggespeeld, tot het lijkt alsof alles in brand staat. De oorspronkelijke bezorgdheden – lager inschrijvingsgeld of een goedkoper busabonnement – doen er niet meer toe. De onvrede is louter brandstof om op te stoken.

Fascisten

Op de protestborden is MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez vaak de kop van Jut. Vakbondsmilitanten noemen hem een “fascist”, actievoerders tekenden een hakenkruis op de jas van een MR-lid. Wie een democratische centrumrechtse partij fascistisch noemt, maakt het woord betekenisloos. Maar het label heeft wel een functie: fascisme kun je niet met democratische middelen bestrijden, en wie zich zo bedreigd voelt, praat geweld sneller goed.

Bouchez speelt het spel graag mee. Hij noemt Antifa de grootste bedreiging voor de democratie en deelde een met AI gegenereerde foto van brandende overheidsgebouwen. PVDA/PTB en Bouchez eten uit dezelfde ruif. De provocaties van Bouchez leveren de radicaal-linkse partij rekruten op, hun woede levert Bouchez weer kiezers op. Maar het resultaat is dat de extremen winnen en het midden verliest. Het is een cadeau voor wie Europa wil verdelen.

Wat er op het spel staat, zien we in Frankrijk. Over zes maanden kiezen de Fransen een nieuwe president. Elk beeld van brandende straten is nu campagnemateriaal voor de extremen. Le Pen kondigde deze maand al aan dat ze de financiële steun aan Oekraïne stopzet als ze verkozen wordt. Een tweede ronde tussen Le Pen en de radicaal-linkse Jean-Luc Mélenchon (La France insoumise) zou voor Moskou het ideale scenario zijn. Het straatgeweld geeft brandstof aan dat scenario.

Dat de onvrede van de jeugd geïnstrumentaliseerd wordt, maakt ze niet minder echt. Ze verdient een antwoord, en dat antwoord moet van de democratische partijen komen: een perspectief dat de besparingen de moeite waard maakt, in plaats van een wedstrijd in wie het hardste roept.

Maar wie het geweld afdoet als de spijtige ontsporing van enkele casseurs, steekt zijn kop in het zand. Extreemlinks gebruikt het, Rusland versterkt het, polariserende politici houden het gaande. Het is een politiek instrument geworden.

Pieter-Jan Devos
Voorzitter Anders. Sint-Gillis

Deze opinietekst werd op 26 oktober gepubliceerd in de krant De Standaard.