Hoeveel randburgemeesters dromen er niet van om alsnog een diepe slotgracht rond Brussel te graven?

Drieëntwintig burgemeesters uit Halle-Vilvoorde verzetten zich tegen het Bindend Sociaal Objectief. Ze trekken naar de Raad van State tegen de verplichting van de Vlaamse Regering om extra sociale woningen te bouwen. “Aangezien het aantal sociale woningen dat we moeten bouwen op basis van de groeiprognose wordt berekend”, zei burgemeester Jan Desmeth (N-VA) van Sint-Pieters-Leeuw in Bruzz, “bouwen wij eigenlijk sociale woningen voor Brussel. Brussel moet zijn eigen verantwoordelijkheid hierin nemen.”

Sommige randburgemeesters blinken niet uit in de waarheid als het Brussel betreft. Laten we die ‘eigen verantwoordelijkheid’ eens onder de loep nemen. Desmeths gemeente, Sint-Pieters-Leeuw, telt ongeveer 7 procent sociale huurwoningen. Niet niks, maar ook niet uitzonderlijk veel. In de rest van Vlaams-Brabant ligt het aandeel nog lager. Volgens Wonen in Vlaanderen telt Vlaams-Brabant zo’n 19.625 sociale huurwoningen, 3,9 procent van het totale huisvestingsbestand – voor een bevolking van 1,2 miljoen inwoners.

Dure bouwgrond

Toevallig telt het Brussels Gewest ook ongeveer 1,2 miljoen inwoners, tegenover 41.000 sociale huurwoningen. Tel daarbij nog de gesubsidieerde woningen met sociaal oogmerk en je komt aan 80.000 woningen voor personen die in aanmerking komen voor sociale huisvesting. In totaal is 13 procent van het Brusselse huisvestingsbestand dus sociaal van aard. Het argument dat Brussel zijn ‘verantwoordelijkheid’ niet opneemt, is dus klinkklare onzin.

Al decennialang voert de Vlaamse rand een ruimtelijk beleid met beperkte bouwhoogtes, overbescherming van open ruimte en een hardnekkige voorkeur voor lage dichtheden. Ergo, de prijs van woningen en bouwgrond blijft er stratosferisch stijgen en er komt nauwelijks sociale huisvesting bij.

De hypocrisie is stuitend. De rand profiteert van de concentratie aan jobs, instellingen, bedrijven en hogere inkomens

Er staan 23.000 gezinnen in Vlaams-Brabant op een wachtlijst voor een sociale woning. Intussen trekken de randburgemeesters naar de Raad van State, een saus van praktische bezwaren gietend over hun feitelijke doel: ‘Brusselaars’ weren.

De hypocrisie is stuitend. De nabijheid van Brussel maakt de rand net aantrekkelijk. De rand profiteert van de concentratie aan jobs, instellingen, bedrijven en hogere inkomens in Brussel (zo’n 600 euro bruto meer per maand!). Maar zodra Brussel geconfronteerd wordt met de sociale uitdagingen van een grootstedelijke omgeving, wordt de gewestgrens plots een scheidingslijn. Op een gegeven moment wordt die dubbele houding cynisch.

De 21ste-eeuwse equivalent van de slotgracht rond Brussel is hun weigering om openbaar vervoer aan te leggen tussen stad en hinterland. Liever files dan trams

Hoeveel randburgemeesters dromen er niet van – mocht dat nog mogelijk zijn – om een diepe slotgracht rond Brussel te graven? Hun 21ste-eeuwse equivalent is hun weigering om openbaar vervoer aan te leggen tussen stad en hinterland. Liever files dan trams. Op sociaal vlak bestaat de slotgracht uit de continue koppeling van voorzieningen aan taal en lokale binding. Zodat armere mensen (lees: migranten) voor huisvesting en sociale ondersteuning aangewezen worden op de Brusselse OCMW’s.

En daar wringt het nog meer. Brussel is de economische motor van het land en de hele regio, maar de fiscale realiteit volgt er de economische realiteit niet. Wie in de Vlaamse rand woont en in Brussel werkt, betaalt zijn personenbelasting waar hij woont. Brussel draagt intussen de kosten om die economische activiteit mogelijk te maken: openbaar vervoer, wegen, kantoren, publieke ruimte en andere stedelijke voorzieningen.

20 miljard euro

De Nationale Bank berekende dat Brussel jaarlijks ongeveer 20 miljard euro aan arbeidsinkomsten uitbetaalt aan pendelaars uit Vlaanderen en Wallonië. Daarnaast draagt Brussel jaarlijks ongeveer 3 miljard euro bij aan interregionale solidariteitsmechanismen.

Brussel creëert dus de voorwaarden voor grote rijkdom, maar een groot deel daarvan vloeit vervolgens weg uit het gewest. Ondertussen wordt van Brussel verwacht dat het de sociale kost voor een hele regio draagt. De rijkdom wil men wel in de rand, maar de armoede weert men. Dat is asociaal. Net zoals de uitspraken van sommige randburgemeesters.

Er mag van de regering-Diependaele verwacht worden dat ze voet bij stuk houdt in dit dossier, dat, zoals De Morgen berichtte, ruimer in Vlaanderen speelt. En dat de Vlaamse minister voor Brussel eindelijk eens weegt op een dossier dat Brussel aanbelangt. Om zo de disproportionele sociale druk op Brussel mee te helpen verlichten.

 

Kurt Deswert
Gemeenteraadslid
MR+ Sint-Lambrechts-Woluwe