Brussel Bobbejaanland
Een honderdtal scholieren hollen voor mijn verbaasde ogen een Brusselse heuvel af. Ze komen van het Sint-Jansplein dat niet ver van het Centraal Station ligt en rennen alsof hun leven ervan afhangt, richting Plattesteen in de buurt van de Grote Markt. Ze lijken op de vlucht voor de politie. Ze giechelen, gibberen en lachen, zoals alleen adolescenten in groep dat kunnen.. Net een stadsspel van een jeugdbeweging. Ze schijnen op het eerste zicht geen kwaad in de zin te hebben. Ze protesteren tegen het onderwijsbeleid van de Franse Gemeenschap. De lessen zijn geschorst. Hun uurtje lichamelijke opvoeding is alvast gecompenseerd.
Maar enkele honderden meters verder is het zo grappig niet. Mijn stad staat in brand. Alweer. In het zwart geklede, onherkenbaar vermomde jongeren, al dan niet met een helm onder de arm zetten een deel van het stadscentrum op stelten. Ze zijn gekomen om te vechten. Ze gooien met stenen, met balken, met alles wat niet te zwaar of te heet is. Ze steken deelsteps in brand alsof het een aloude Brusselse folklore betreft. Ze dagen de ordediensten uit, kijken niet op een verwonding meer of minder. Ze kicken op adrenaline, zijn duidelijk van het paadje af maar dat kan hen helemaal niets schelen.
Wie zijn ze, waar komen ze vandaan, wat drijft hen? Helemaal zeker weten we het (nog) niet. Het kunnen extreem-linkse militanten zijn die antifascisme verwarren met nihilisme. Mogelijk lopen er ook extreem-rechtse heerschappen (het zijn zelden vrouwen) mee. Les extrêmes se touchent, une fois de plus. Wie weet zijn het balorige pubers die, met een kinderbrein dat hun lichaamsontwikkeling ternauwernood kan volgen, nogal bizarre teenage kicks opzoeken? Zitten er agitatoren bij, die door een buitenlandse mogendheid die niks beters te doen heeft dan de zaken hier een beetje te destabiliseren? Tja, in deze turbulente tijden is niks meer uit te sluiten. Wellicht is het een ratjetoe van al deze menselijke specimens. Ze zijn in elk geval goed voorbereid: geheime afspraken, gezichtsbedekking, geen identiteitspapieren, kennen de wet goed. Ze zijn perfect op de hoogte van hun rechten.
Er zijn mensen die stellen dat geweld de communicatie is van mensen die niet gehoord worden. En dat die dus ergens ook een beetje ietsie pietsie begripvol tegemoet moet gekomen worden. I beg to differ. Ieder van ons zal al wel eens iets uitgespookt hebben dat beter het daglicht niet had gezien, maar dit is iets anders. Georganiseerd en gratuit geweld. Het moet kapot: het bushokje, het winkelraam, plein en straat. Dat anderen via de belastingen de rekening betalen, inclusief hun eigen ouders, komt waarschijnlijk niet eens bij hen op. Hun gewelddadig geraas lost niets op. Integendeel.
Ze bevuilen er ook de betoging mee. Hulde aan de vakbonden en andere betogers. Ik veronderstel dat we het over het meeste dat hen drijft oneens zijn, maar misschien hebben we ook enkele raakpunten. Betogen mag en is een democratisch recht voor eenieder. Helaas worden de eerbare bedoelingen van de manifestanten door de ongeregeldheden ondergesneeuwd. Tienduizenden betogers worden door enkele honderden amokmakers in de schaduw gesteld.
En wie betaalt de rekening echt? Ja, de belastingbetaler, ik zei het al. Maar de échte rekening is weer voor Brussel. Sommigen denken dat onze stad een soort pretpark is waar men zich ongestoord, in te veel gevallen ongestraft en op andermans kosten mag afreageren. We zijn dat hier stilaan zat. Misschien moeten we eens een betoging organiseren om dat aan te klagen…(er zijn er zo’n 1000 per jaar hier, dus er kan nog wel eentje bij)?
Sven Gatz